NORM EN 12101

Calamiteiten als brand in moeilijk bereikbare omgevingen, zoals tunnels en besloten parkeergarages, stellen hoge eisen aan de systemen die bescherming moeten bieden tegen rookinademing en hitte.

Nieuwe norm (deel 3) van kracht sinds 2015

Met ingang van 1 april van 2005 is de nieuwe Europese norm EN 12101-3 van kracht geworden. De EN 12101 richt zich op systemen voor beheersing van de rook- en warmteontwikkeling bij brand. Deel 3 gaat specifiek in op de criteria voor de hiervoor gebruikte afzuig ventilatoren. De norm stelt specificaties en definieert methoden voor het testen van dergelijke ventilatorsystemen en de bijbehorende motoren. De systemen en motoren zijn onder meer bedoeld om de vlucht- en toegangswegen rookvrij te houden en om een rookvrije laag te creëren voor brandbestrijdings- en reddingswerkzaamheden.

Daarnaast moet de norm bewerkstelligen dat brandoverslag wordt vertraagd of voorkomen en apparatuur wordt beschermd. Tenslotte dient te worden voorkomen dat plafondtemperaturen te sterk kunnen stijgen, zodat de thermische belasting van constructieve elementen beperkt blijft. De EN 12101-3 geldt voor producenten van ventilatorsystemen en onderscheidt twee typen, noodventilatoren en ventilatoren die deze functie combineren met een reguliere toepassing.

De ventilatoren worden daarbij ingedeeld in klassen:

Klasse indeling Norm EN 12101-3 
F200bestand tegen 200˚Cgedurende 120 min
F300bestand tegen 300˚Cgedurende 60 min
F400bestand tegen 400˚Cgedurende 120 min
F600bestand tegen 600˚Cgedurende 60 min
F842bestand tegen 842˚Cgedurende 30 min

Ten aanzien van de motoren stelt de EN 12101-3 dat deze het vermogen moeten leveren voor een correcte werking bij gewone omgevingstemperaturen en bij calamiteiten (duaal principe). Daarnaast worden aan de elektrische en mechanische constructie van de motoren eisen gesteld en zijn de testomstandigheden van de motor en de ventilatoren gedefinieerd.