ATEX T-klassen: wat betekent T1 t/m T6?

Een ATEX-ventilator mag alleen worden toegepast als zijn maximale oppervlaktetemperatuur lager is dan de zelfontbrandingstemperatuur van het aanwezige gas of stof. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk weten veel mensen niet welke T-klasse ze nodig hebben. Dit artikel legt het systeem uit.

Wat is de T-klasse?

De temperatuurklasse (T-klasse) geeft aan wat de maximale oppervlaktetemperatuur is die een apparaat mag bereiken onder normale bedrijfsomstandigheden én bij voorzienbare storingen. Er zijn zes klassen:

T-klasse Max. oppervlaktetemperatuur Toepassingsgebied (voorbeeld)
T1 450°C Methaan, propaan, vele industriële gassen
T2 300°C Ethanol, ammoniak
T3 200°C Benzine, sommige oplosmiddelen
T4 135°C Acetaldehyden, specifieke fijnchemicaliën
T5 100°C Koolstofdisulfide
T6 85°C Ethylnitriet (zeldzame toepassingen)

T6 is de strengste klasse: de oppervlaktetemperatuur mag nooit boven 85°C komen. T1 is het minst restrictief. In de meeste industriële toepassingen volstaan T3 of T4.

Wie bepaalt de vereiste T-klasse?

De T-klasse wordt bepaald door de eindgebruiker of zijn ATEX-specialist, op basis van de aanwezige stoffen en/of gassen in de zone. De procedure is eenvoudig: bepaal welk gas of stof aanwezig is → zoek de zelfontbrandingstemperatuur op in de ATEX-gassendatabase of het veiligheidsblad → kies een T-klasse waarbij de maximale oppervlaktetemperatuur ruimschoots onder die zelfontbrandingstemperatuur blijft.

Voorbeeld: in een omgeving met benzinedampen (zelfontbrandingstemperatuur 280°C) kies je minimaal T3 (max. 200°C). T4, T5 of T6 is ook toegestaan, maar in de praktijk niet per se nodig.

T-klassen bij stof: anders dan bij gas

Voor stof werkt het systeem anders. In plaats van T-klassen geeft de norm de absolute maximale oppervlaktetemperatuur in graden Celsius, bijvoorbeeld “T135°C”. Bij gecombineerde gas/stof-certificering ziet u markeringen als T3/T135°C.

Wat betekent dit voor de ventilator?

De maximale oppervlaktetemperatuur van een ATEX-ventilator, inclusief uiteenlopende bedrijfsomstandigheden, moet door de fabrikant zijn gedocumenteerd conform EN 14986. Belangrijk hierbij: de uiteindelijke temperatuurklasse van de ventilator wordt bepaald door het component met de hoogste oppervlaktetemperatuur. In de praktijk is dit vaak de motor, zeker bij axiale ventilatoren waarbij de motor zich in de luchtstroom bevindt.

Bij de aanschaf van een ATEX-ventilator is het verstandig te controleren of de opgegeven T-klasse past bij de stoffen die aanwezig zijn in jouw toepassing. Weet je niet zeker welke T-klasse u nodig heeft, of twijfel je over de juiste specificatie? Raadpleeg het veiligheidsblad van de aanwezige stoffen en schakel bij twijfel een ATEX-specialist in. Voor vragen over ons assortiment ATEX ventilatoren kan je vrijblijvend contact opnemen. 

T-klassen in de ventilatormarkering: een voorbeeld

Een volledig ATEX-markeringsvoorbeeld voor een ventilator (gas): ⟨Ex⟩ II 2G h IIB T3 Gb. Dit lees je als: groep II (industriële installaties), categorie 2G (zone 1), beschermingswijze h (constructieve veiligheid), gasgroep IIB, temperatuurklasse T3, EPL Gb.

Een volledig ATEX-markeringsvoorbeeld voor een ventilator (stof): ⟨Ex⟩ II 3D h IIIB T135 Dc IP55. Dit lees je als: groep II (industriële installaties), categorie 3D (zone 22), beschermingswijze h (constructieve veiligheid), stofgroep IIIB, maximale oppervlaktetemperatuur 135°C, EPL Dc.

Let op de beschermingswijze: op nieuwere certificaten en markeringen staat “h” (conform ISO 80079-36, van kracht sinds 2019). Op oudere documenten kan je nog de aanduiding “c” tegenkomen, dit verwijst naar dezelfde beschermingswijze (constructieve veiligheid), maar dan in de voormalige notatie. Beide aanduidingen hebben dezelfde betekenis; het verschil is puur de versie van de norm waaronder het apparaat is gecertificeerd.

Bas-rond
Ontvang je graag direct advies? Neem contact met ons op!​

Wij zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8:30 tot 17:00 uur